De wijngaard
2016-2018

De druiven, de snoeimethodieken en

de plattegrond van de wijngaard

DE DRUIVEN

We hebben gekozen in overleg met de kweker voor 2 verschillende soorten druiven, namelijk de Solaris (witte druif) en de Muscadet Blue (blauwe druif). Hieronder tref je een verdere specificatie.

SOLARIS

Solaris (wit druivenras)

Solaris druif met blad.

De Solaris is een wit druivenras dat in 1975 ontwikkeld is door het Weinbau-instituut te Freiburg aldaar bekend onder de naam FR 240-75. Zij is voortgekomen uit de kruising van Merzling en Geisenheim 6493. Hiermee is zij een verre verwant van de Riesling en Pinot gris. Door al het gekruis is de druif niet helemaal een pure vitis vinifera gebleven waardoor zij tot de hybride rassen gerekend wordt. De naam Solaris is afgeleid van "solar" de zon, vanwege haar kracht en vroegzomerse rijpheid.

In koelere wijnbouwstreken, zoals bijvoorbeeld in Zweden, Engeland en Nederland geeft de druif toch nog hoge suiker- en lage zuurgehaltes. Een Oechsle gehalte van rond de 100 graden komt regelmatig voor. Ook is zij resistent tegen schimmels. Door haar zachte schil wel wat gevoeliger voor rot.

Hoewel de druif voor dessertwijnen gebruikt kan worden, is zij zeer geschikt voor de vinificatie van wat steviger droge wijn. Het bouquet is bloemrijk en vertoont vaak een zweempje honing. Van de Solaris kunnen zogenaamde cépage wijnen gemaakt worden, maar wordt ook wel gemengd met andere druiven.

Omdat de Solaris zulke gunstige eigenschappen heeft wordt de plant ook gebruikt om nieuwe druivenvariëteiten te creëren.

MUSCADET BLUE

Vitis 'Muscat Blue

De Vitis vinifera 'Muscat Blue' is een goede tafeldruif met zeer grote vruchten met sappig vruchtvlees. Bloeit in Juni met kleine onopvallende witte bloemen. Deze zelfbestuivende druiven zijn rijp in September. Deze blauwe druif kan zeer goed buiten groeien in Nederlands klimaat. Bladverliezend. Aanplanten in Tuinplantengrond.

DE SNOEI

We gaan 2 soorten snoei toepassen en dus ook tevens een onderzoek wat het beste werkt:

Snoeimethoden : De druivenplant ook wel wijnstok of wingerd genaamd, is een slingerplant die om altijd vruchten te kunnen dragen teruggesnoeid en opgebonden moet worden. Het snoeien van de wijnstok vindt plaats in de rustperiode van de plant tussen eind november en begin maart en voor kasdruiven tussen eind november en begin januari. Er moet niet gesnoeid worden bij temperaturen onder de -3°C tot -5°C vorst (lichte tot matige vorst) en ook niet, tot twee dagen na de snoei, omdat dan de wonden kunnen invriezen wat ongewenst schade kan veroorzaken aan de plant. Het is heel normaal dat druivenplanten gaan bloeden als ze te laat worden gesnoeid. Dit kan doorgaans geheel geen kwaad. Het stopt vanzelf als de vaten door de zouten dichtslibben. Het is vrijwel nooit voorgekomen dat de plant hier nadeel van ondervindt. Het betekent dat de wortels nog goed werken en dat de sapstuwing op gang is gekomen. Een plant die laat gesnoeid is, kan er meer last van hebben. Er kunnen ettelijke liters vocht uitkomen, dit is echter geen probleem.

Er zijn diverse snoeimethoden (snoeiwijze) die per land, streek en druivensoort verschillen en waarbij voor en nadelen zijn aan te geven.

De twee bekendste snoeimethoden zijn: Guyot snoei en Cordon snoei.

Guyot snoei: geeft meer opbrengst omdat de meeste vruchtbare ogen behouden blijven. De belasting van de stok is echter groot waardoor de kwaliteit achteruit kan gaan. Al het tweejarige hout wordt weggesneden waardoor eventueel door schimmel aangetast hout weg valt. Elk jaar moet(en) een (enkel guyot) of twee (dubbel guyot) nieuwe scheut(en) platgelegd en aangebonden worden. Dit is een tijdrovend en precies werk omdat de kans op scheuring (breuk) aanwezig is. Er blijft weinig oud hout aan de wijnstok waardoor er mogelijk onvoldoende reserves kunnen ontstaan.


Cordon snoei: maakt grote stokafstand mogelijk. Bij de stam met een of twee meerjarige zijtakken worden de scheuten elk jaar tot twee á drie ogen teruggesnoeid. Hieruit groeien in het voorjaar de nieuwe twijgen waaraan de trossen komen. De meerjarige takken zijn goed bestand tegen vorst en hebben een grotere reserve opgebouwd. Een nadeel is dat deze methode altijd een aantal scheuten zonder vruchten geeft die in de loop van het jaar verwijderd moeten worden.


Zomer snoei: in de zomer worden de niet bloeiende uitlopers op 5 tot 7 bladeren teruggeknipt om zorg te dragen voor groeikracht en voldoende suikers in de druiven. Ook kunnen de in de bladoksel gevormde dieven hierbij eventueel een rol spelen als er onvoldoende gezond blad aan de hoofscheuten zit. Normaal gesproken haal je de dieven telkens weg. Snoei de bloeiende scheuten tot twee bladeren boven de derde tros terug. Bij tafeldruiven snoei je tot twee bladeren boven de eerste tros terug. Te laat verwijderen van de overtollige scheuten kan ertoe leiden dat de bessen door wateronttrekking door de overtollige scheuten en de weelderige groei ervan verdrogen en afvallen. Deze verschijnselen noemt men lamsteligheid.


Plattegrond